PSO-keurmerk ook onder schildersbedrijven steeds populairder- ‘Nederland inclusiever maken’

PSO-keurmerk ook onder schildersbedrijven steeds populairder- ‘Nederland inclusiever maken’

Yuri Starrenburg: ‘Het levensgeluk van iemand die weer aan het werk is neemt enorm toe.’

APELDOORN – Onder de ruim 800 bedrijven en instellingen met een TNO-Keurmerk Prestatieladder Socialer Ondernemen, bevindt zich een handvol vooraanstaande schilders- en vastgoedonderhoudsbedrijven. Ze laten ermee zien dat ze aandacht hebben voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Het is niet zomaar een papiertje, legt Yuri Starrenburg uit.

Interview Schilders Vakkrant met Yuri Starrenburg

Want u bent van…?
‘Ik ben bestuurder bij PSO-Nederland. Wij kijken welke bedrijven in Nederland sociaal ondernemen. Wij hebben het initiatief genomen voor deze erkenningsregeling. Dat was in 2009. Als programmamanager van de gemeente Amsterdam, betrokken bij social return, had ik aan de ene kant te maken met bedrijven die een heel goed arbeidsbeleid voeren, maar het niet konden aantonen en aan de andere kant bedrijven die hoog van de toren blazen over hoe sociaal ze wel niet zijn, maar het in de praktijk helemaal niet waar kunnen maken.’

Echt waar, waarom?
‘Opdrachtgevers, en heus niet alleen overheden en corporaties, zijn steeds gevoeliger voor maatschappelijk
verantwoord ondernemen-argumenten. Een bedrijf dat veel met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkt, heeft dus een streepje voor bij het verdelen van werk of het inkopen van diensten of producten. Maar het overkwam mij wel eens dat ik bij zo’n bedrijf op een project kwam en dat er alleen maar Oost-Europeanen aan het werk waren. Dan voel je je in de maling genomen. Nederland is een keurmerk-land, dus leek ons een goed gecontroleerden genormeerd keurmerk in een behoefte te voorzien.’

‘Veel van onze deelnemers zijn familiebedrijven’

 

En het is een goed en genormeerd keurmerk?
‘Jazeker, samen met TNO en diverse publieke en private organisaties hebben we een methode ontwikkeld om te kunnen beoordelen of een bedrijf sociaal onderneemt. Deze prestatieladder is een wetenschappelijke methode
waarvan TNO de eigendomsrechten heeft. Er wordt doorlopend onderzoek aan gedaan en de normen worden doorontwikkeld, onder begeleiding van een commissie van deskundigen. PSO Nederland doet de promotie,
informatievoorziening van het keurmerk en we verzorgen de verstrekking van de keurmerken. De audits worden uitgevoerd door een aantal bekende geaccrediteerde instituten.’

Dat klinkt wel degelijk, ja. Om wat voor mensen gaat het eigenlijk?
‘Het is het enige keurmerk op dit gebied in Nederland. Staatssecretaris Klijnsma heeft ons in deTweede Kamer genoemd als de enige objectieve methode om sociaal ondernemerschap vast te stellen. Het gaat om een heel grote groep waarvan aantoonbaar is dat ze een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Naar schatting een miljoen Nederlanders. Mensen denken dan altijd in eerste instantie aan bijstandgerechtigden of aan mensen in een rolstoel. Maar het is veel breder. Ook mensen met een BBL of BOL-diploma op niveau 1 of 2 vallen er onder, mensen die wegens persoonlijke omstandigheden een paar jaar uit het arbeidsproces geweest zijn, mensen met een arbeidsbeperking, met een WW uitkering, wajongers, allemaal mensen die kwetsbaar staan op de arbeidsmarkt.’

En het keurmerk beoordeelt…
‘Of het bedrijf meer dan gemiddeld moeite doet om dergelijke mensen in de organisatie op te nemen. Dat gemiddelde stelt TNO tweejaarlijks vast met een groot onderzoek onder bedrijven. Met een gratis tool, op onze website te vinden, gebaseerd op een algoritme dat bij TNO ligt, kun je uitzoeken of je bedrijf boven dat gemiddelde zit. Is dat zo, dan kun je je laten auditten en het keurmerk aanvragen. De kosten zitten hem dan vooral in de audit. We onderscheiden drie prestatieniveaus en een aspirantstatus. Waar op gelet wordt is of de mensen die je aanneemt ook daadwerkelijk volwaardig meedraaien in de organisatie, naar mogelijkheid natuurlijk. Zo wordt duurzame werkgelegenheid beloond. De bedoeling is uiteindelijk om Nederland steeds inclusiever te maken, om iedereen te laten meedoen in de samenleving.’

‘Wie sociaal onderneemt heeft een streepje voor’

 

Want?

‘Ik heb daar nu al zoveel voorbeelden van gezien. Mensen die vanwege ‘iets’ niet meedoen in de samenleving en dankzij een baan wel volwaardig meedoen. Dat verhoogt niet alleen het levensgeluk van die mensen en hun omgeving, maar heeft meestal een nog veel bredere uitstraling naar anderen, de familie, de buurt. Zo’n persoon wordt meer gewaardeerd en anderen zien met eigen ogen dat er mogelijkheden zijn. Veel bedrijven hebben die insteek ook, hoor. Erg veel van onze certificaathouders zijn familiebedrijven, gericht op continuïteit. Daar willen zowel het management als de mensen op de werkvloer graag ruimte bieden aan deze mensen.’

De beste prestatie is als zij vakvolwassen worden, toch?
‘Tsja. Wie bijvoorbeeld met een WW-uitkering een bedrijf binnenkomt en meteen volledig aan de slag kan, telt nog drie jaar mee voor de PSO-ladder. Daarna niet meer, tenzij er nog sprake is van loonkostensubsidie of een nog durende arbeidsbeperking. Dan zou je in theorie dus goed presteren en ondertussen je ‘punten’ verliezen. Maar dat is niet de praktijk. Bedrijven die dat ‘sociale’ in hun DNA hebben blijven sociaal en kiezen bewust voor een samenwerking met andere PSOgecertificeerde organisaties, wat ook weer meetelt binnen de score. Wat je leert in dit werk is niet langer te kijken naar wat mensen niet kunnen, maar naar wat ze wel kunnen. Om als je een vacature hebt, te gaan overleggen met het ondernemersloket van de gemeente of het UWV om te kijken wat er mogelijk is. En vaak is met een kleine aanpassing iemand gemakkelijk tot een volwaardige kracht te maken.’

Waarom nemen bedrijven zo’n sociaal keurmerk?
‘Het heeft voordelen bij aanbestedingen waar opdrachtgevers sociale voorwaarden stellen in de vorm van Social return. Wat steeds vaker voorkomt. Met het PSO Keurmerk laat je zien dat dat bij jou in orde is. Een aantoonbaar sociaal profiel in het kader van MVO. Het is ook een manier om binnen de organisatie hier focus op te hebben. En het is een vorm van waardering voor de medewerkers die tijd en ruimte vrij maken om de medewerkers ‘waarmee wat is’ te begeleiden. Daarvoor wordt het ook wel wel regelmatig ingezet.’

Auteur: Jan Maurits Schouten

Deel dit bericht:  
23 oktober 2017

Direct naar: