Over de Prestatieladder Socialer Ondernemen

 

Infomercial van PSO-Nederland

D

 

Wat is de Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO)?

De Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) van TNO maakt meetbaar en zichtbaar welke organisaties zich meer dan gemiddeld inzetten om  kwetsbare groepen duurzaam aan het werk te krijgen en te houden. De PSO richt zich daarmee specifiek op de pijler arbeidsparticipatie. Hier leest u wat de PSO exact meet.

De PSO bestaat uit twee componenten:

  1. Het is een vrij toegankelijk meetinstrument   dat objectief bepaalt in welke mate een organisatie bovengemiddeld sociaal inclusief onderneemt ten opzichte van andere organisaties in dezelfde grootteklasse.
  2. Daarnaast is het een wetenschappelijk onderbouwd kwaliteitskeurmerk van TNO dat wordt uitgegeven na certificeringsproces.

De Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) van TNO is ontwikkeld vanuit een publiek-private samenwerking en is de laatste jaren uitgegroeid tot de landelijke norm voor sociaal inclusief werkgeverschap op het gebied van arbeidsparticipatie. Er waren in 2018 meer dan 1000 organisaties PSO-gecertificeerd.

Vier prestatieniveaus van de PSO

De Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) bestaat uit vier prestatieniveaus: van Aspirant-status tot en met trede 3. Diverse gemeenten, MKB-bedrijven, multinationals en SW-bedrijven hebben al het PSO-certificaat behaald. Elke werkgever kan instappen op Aspirant-status of een PSO-trede op de Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) Lees hier wat de diverse niveaus exact betekenen.

Onafhankelijke toetsing

Aan de PSO-certificering is strikt schemabeheer gekoppeld. Voor de PSO-audit (toetsing) werkt PSO-Nederland samen met onafhankelijke Certificerende instellingen. Deze Certificerende instellingen zijn geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie voor verschillende certificatieschema’s. 

Afzonderlijk PSO 30+ Abw certificaat

Organisaties en SW-bedrijven kunnen m.i.v. 1 april 2017 een zogeheten PSO 30+ certificaat aanvragen. Deze (h)erkenning sluit aan bij de kwantitatieve criteria zoals omschreven in artikel 2.82 van de (nieuwe) Aanbestedingswet die per 1 juli 2016 van kracht is. Het PSO 30+ certificaat kent een andere berekeningssystematiek dan het reguliere PSO-certificaat maar wordt automatisch uitgelezen binnen de MijnPSO rekentool. Lees hier meer over het PSO 30+ certificaat.

Afzonderlijke uitlezing Quotumwet en Banenafspraak

De PSO sluit aan bij de Participatiewet en het bijbehorende quotum. Voor de banenafspraak/quotumregeling is een afzonderlijke uitlezing gemaakt die de PSO-aanvrager facultatief kan uitlezen binnen de huidige PSO-systematiek. De uitlezing is bedoeld voor eigen gebruik en hier kunnen expliciet geen rechten aan ontleend worden.

(Door)ontwikkeling

De PSO is in 2010 ontwikkeld vanuit TNO Kwaliteit van Leven, samen met mede-initiatiefnemer PSO-Nederland, Start Foundation en de brede markt. De PSO is in nauwe samenwerking met de markt ontwikkeld en blijft zich continu doorontwikkelen op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Diverse gremia dragen bij aan de doorontwikkeling: De Raad van Advies, de Klantenraad en de Commissie van Deskundigen. Het Kernteam richt zich op tussentijdse PSO-vragen en fungeert als agendacommissie voor de Commissie van Deskundigen.

Doel en uitgangspunten van de PSO 

Het doel van de PSO is om meer personen met een afstand tot de arbeidsmarkt op een kwalitatief goede en duurzame wijze aan werk te helpen bij meer (soorten) organisaties. Dit is mogelijk door zelf personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie een kans te bieden binnen de eigen organisatie en tevens door socialer in te kopen bij andere PSO-gecertificeerde organisaties & Sociale werkvoorzieningen (SW). Door socialer in te kopen bij PSO- gecertificeerde organisaties ontstaat meer (duurzaam) werk voor mensen uit kwetsbare groepen.

 
Uitgangspunten PSO

Sinds het ontstaan, heeft de PSO zich ontwikkeld tot een meetinstrument en keurmerk en daarbij een aantal uitgangspunten vastgelegd.  Deze zijn vandaag de dag nog steeds van kracht: 

  • eén generieke methode voor alle werkgevers: groot, klein en in alle branches;
  • uitgaan van bestaande wetenschappelijke inzichten;
  • erkennen van verschillende stadia van socialer ondernemen: van de intentie om socialer te ondernemen tot het niveau van koploper;
  • toetsing door een combinatie van kwantitatieve prestaties meten én een kwalitatieve beoordeling;
  • meten van feitelijke prestaties (de PSO is géén managementsysteem);Inbouwen van ketenstimulering door directe en indirecte sociale bijdragen mee te wegen;
  • zo min mogelijk extra administratieve lasten voor werkgevers en organisaties;
  • ontwikkeling in nauwe samenwerking met (MKB-)bedrijven met het oog op de praktische toepasbaarheid;
  • onderscheidend vermogen, betrouwbaarheid en een onafhankelijke toetsing.

 

Nieuws

Twitter


Direct naar: