Van idee tot fundament: Astrid Hazelzet (TNO) over 12,5 jaar PSO

PSO Nederland bestaat 12,5 jaar. Een mooi moment om terug te kijken én vooruit te blikken. We spraken met Astrid Hazelzet, senior onderzoeker bij TNO, al sinds de beginfase betrokken bij de ontwikkeling en doorontwikkeling van de PSO-systematiek.
Hoe het begon: van idee naar instrument
Rond de start van PSO klopten de initiatiefnemers bij TNO aan met een duidelijk idee: waardeer werkgevers die mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie een kans geven, en laat die erkenning anderen inspireren om te volgen.
Na een literatuurstudie en een blik op internationale voorbeelden werkte TNO een eerste opzet uit. Die werd samen met een aantal bedrijven getest en bijgesteld in pilots, totdat er een praktisch en onderbouwd instrument stond.
Belangrijke bouwstenen uit die beginjaren:
1. Kwantificeren & verifiëren: aantallen geplaatste mensen uit de doelgroep aantoonbaar maken en kunnen toetsen.
2. Toetsing zorgvuldigheid plaatsingen: in de systematiek zijn aantallen belangrijk maar er wordt ook gekeken naar kwaliteit van de plaatsingen.
3. Normering op basis van data: o.a. met inzichten uit de Werkgeversenquête Arbeid van TNO.
4. Stimuleren van groei: een trede-indeling die bedrijven prikkelt om door te ontwikkelen.
Vanaf het eerste uur is PSO een samenspel geweest tussen praktijk (PSO Nederland, bedrijven) en wetenschap (TNO). Die wisselwerking is nog steeds de kracht van het instrument.
“De samenwerking tussen TNO als kennispartner en PSO Nederland als praktijkpartner en beheerorganisatie staat als een huis.” — Astrid Hazelzet
Van pilots naar landelijk instrument
Inmiddels is PSO uitgegroeid tot een landelijk dekkend instrument, toegepast in veel meer sectoren dan in de beginjaren. De systematiek en handleiding zijn gaandeweg aangescherpt; interpretatievragen nemen af, en de basis is stevig. Zelfs in tijden van schokken (zoals corona) bleven de aantallen relatief stabiel, wat volgens Astrid een goed teken is.
Bij TNO wordt vanuit verschillende invalshoeken gewerkt aan verdere ontwikkeling van PSO. Dat betekent onder andere het aanscherpen van de systematiek en, het benutten van data en analyses van een meerjarig databestand om steeds beter te begrijpen van hoe we werkgevers kunnen stimuleren inclusiever te worden. Daarnaast kijken we naar andere kennis die binnen TNO wordt ontwikkeld, zoals de inzet van inclusieve technologie (bv. digitale werkinstructies) die mogelijk ook interessant kan zijn voor PSO-bedrijven die meer mensen uit doelgroepen een kans willen bieden. Het grote en gevarieerde netwerk van PSO-bedrijven biedt bovendien volop kansen om relevante TNO-kennis breder te delen, zodat ook deze bedrijven daar hun voordeel mee kunnen doen.
Over de betekenis van PSO voor TNO: “Het is echt een pareltje van onze unit Health & Work.”
Nog werk te doen: van koplopers naar sociale norm
De impact is zichtbaar, maar er is nog veel te winnen. Astrid wijst op een hardnekkig gegeven: het aandeel organisaties dat mensen met een kwetsbare positie in dienst heeft, kan omhoog. Ze pleit ervoor om inclusief werkgeverschap meer te zien als sociale norm: niet een uitzonderingspositie van koplopers maar als een vanzelfsprekendheid voor elk zichzelf respecterend bedrijf. En bovendien is het recht op werk verankerd in het VN-verdrag voor de Rechten van de Mens waarvoor wij ons allemaal moeten inspannen. Soms vraagt het extra inzet, maar het loont maatschappelijk én organisatorisch.
Vooruitblik
Voor de komende jaren ziet Astrid vier kansrijke lijnen die de impact van PSO verder kunnen vergroten:
· Meer aandacht voor het ‘hoe’. Niet alleen meten hoeveel mensen er meedoen, maar bedrijven ook ondersteunen bij wat er intern nodig is om dit duurzaam te laten slagen, van leiderschap en HR-processen tot begeleiding op de werkvloer.
· Slimmer gebruik van data en AI. Door trends over langere tijd te analyseren, ontstaat inzicht in waarom organisaties doorgroeien, gelijk blijven of juist terugvallen. Die kennis kan bedrijven helpen sneller bij te sturen en hun inclusieve beleid te versterken.
· Technologie als versneller. Inclusieve toepassingen op de werkvloer, zoals visuele stap-voor-stap ondersteuning in productieprocessen, maken werk toegankelijker. Daarmee wordt het mogelijk dat nog meer mensen daadwerkelijk mee kunnen doen.
· PSO NL en TNO die samen met andere partijen optrekken om het belang van inclusie en persoonlijke ontwikkeling van mensen met een beperkte opleiding, een migratieachtergrond, jongeren maar ook ouderen of mensen met beperkte lichamelijke of psychische belastbaarheid op de (politieke) agenda te houden.
Deze toekomstlijnen laten zien waar PSO naartoe beweegt: niet alleen een instrument om te toetsen, maar ook een katalysator om steeds meer organisaties en mensen te verbinden aan een inclusieve arbeidsmarkt.
Wat haar persoonlijk drijft? Dat PSO een plek is waar wetenschap landt in de praktijk waarmee we bijdragen aan de kansen op waardevol werk voor mensen die willen en kunnen werken. “Je kunt onderzoek doen naar belemmerende en bevorderende factoren, maar met de PSO zien we dat kennis ook echt doorwerkt in de praktijk bij organisaties die zich inzetten voor mensen die een steuntje in de rug nodig hebben,” zegt ze. “Dat maakt het betekenisvol.”
Tot slot
12,5 jaar PSO laat zien wat er mogelijk is als praktijk en wetenschap elkaar vasthouden: een instrument dat organisaties scherper maakt, dat impact meetbaar en toetsbaar maakt, en dat tegelijk meebeweegt met ontwikkelingen in de maatschappij en nieuwe inzichten. Op naar de volgende stap; richting een arbeidsmarkt waar inclusief werkgeverschap de norm is.