Kwalitatieve criteria voor de directe sociale bijdrage

De Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) van PSO-Nederland stelt kwalitatieve eisen aan de directe sociale bijdrage, waar organisaties aan moeten voldoen willen zij in aanmerking komen voor een PSO-Keurmerk. De eisen voor PSO-Trede 1, PSO-Trede 2 en PSO-Trede 3 zijn opgedeeld in vier kwalitatieve criteria, die voor elke trede gelijk zijn. De eisen gelden voor alle medewerkers uit de PSO-doelgroep. Onderstaande tabel geeft een overzicht, per eis staat aange­geven op welke wijze de auditor het voldoen aan de eis toetst en beoordeelt. 

Kwalitatieve eisen Aspirant-status

Kwaliteitsaspect Omschrijving
Het voornemen om so­cialer te ondernemen

De organisatie heeft concrete doelen en acties beschreven om minimaal PSO-Trede 1 te behalen en geeft daar uitvoering aan.

 

Kwalitatieve eisen PSO-Trede 1, PSO-Trede 2 en PSO-Trede 3

Kwaliteitsaspect Omschrijving
Passend werk De organisatie draagt er zorg voor dat de medewerker uit de PSO-doelgroep passend werk heeft dat aansluit bij zijn arbeidsmogelijkheden.
Integratie De organisatie draagt er zorg voor dat de medewerker uit de PSO-doelgroep is geïntegreerd in de organisatie en op de werkvloer.
Functioneren en ont­wikkeling De organisatie draagt er zorg voor dat de leidinggevende en andere functionaris­sen die een rol spelen in de (bege)leiding van de medewerker doelgericht bezig zijn met het functioneren en de ontwikkeling van de medewerker uit de PSO-doelgroep.
Begeleiding De organisatie draagt er zorg voor dat de medewerker uit de PSO-doelgroep extra begeleiding ontvangt, als dat nodig is op grond van zijn beperkingen en/of zijn afstand tot de arbeidsmarkt.

 


Direct naar: