Landelijke erkenning biedt meer kansen voor sociale ondernemingen

Sociaal ondernemerschap is voorzichtig in opkomst. Een groeiende groep ondernemers wil niet alleen een bedrijf runnen, maar stelt zich óók tot doel mensen met een beperking in aan de slag te helpen. Bekend voorbeeld zijn IT-bedrijven die met autistische medewerkers automatiseringsprogramma’s testen. Maar ook in de catering, design, het groen en in allerlei andere takken van sport zijn sociale ondernemers actief.

Een heldere definitie en erkenning voor ‘de sociale onderneming’ stimuleert deze ontwikkeling en zorgt ervoor dat meer mensen met een beperking aan de slag kunnen komen. Helaas hoort Nederland nu nog bij de achterhoede van Europa: het is één de weinige Europese landen zónder zo’n erkenning.

Vier landelijke partijen, Social Enterprise NL, Cedris, Vebego en PSO-Nederland, pleiten vandaag in de Tweede Kamer voor de landelijke erkenning en de invoering van een keurmerk voor sociale ondernemingen. Vereiste voor zo’n keurmerk is dat minimaal 30 procent van het werk in een onderneming wordt gedaan door mensen met een beperking. Dat sluit aan bij de Europese definitie voor sociale ondernemingen. Het keurmerk kan worden opgenomen in de al bestaande PSO-ladder, een keuringssysteem voor inclusief ondernemerschap.

Erkenning maakt het voor sociaal ondernemers gemakkelijker om zich te handhaven. Het helpt sociale ondernemers om opdrachten binnen te halen en kan een criterium zijn bij aanbestedingen. Op termijn kunnen aan die erkenning ook fiscale voordelen of lagere werkgeverslasten worden gekoppeld, zoals in veel andere Europese landen gebruikelijk is. Iets voor op het verlanglijstje bij het belastingplan, wat ons betreft.

Een steuntje in de rug kunnen sociale ondernemingen goed gebruiken. Sociale ondernemers hebben hogere kosten dan ‘normale’ bedrijven. Vaak moet de werkomgeving worden aangepast en is gespecialiseerde begeleiding nodig, wat met extra kosten gepaard gaat. Ook wordt hetzelfde werk vaak gedaan door méér mensen dan bij een ‘gewone’ onderneming het geval zou zijn. Dat betekent dat sociale ondernemingen een hogere overhead hebben (meer vierkante meters, meer werkplekken en meer administratiekosten).

Sociaal ondernemerschap is nu nog het domein van door idealen gedreven voorlopers. Prachtige bedrijven, inspirerende ondernemers, maar in alle eerlijkheid: wel een verschijnsel in de marge.


Een aantrekkelijker klimaat voor sociaal ondernemers betekent winst voor iedereen. Sociale ondernemingen kunnen groeien en meer startende sociaal ondernemers wagen de sprong. Het wordt aantrekkelijker om productiewerk dat nu in het buitenland wordt gedaan terug te halen naar Nederland voor mensen met een beperking. Dat alles creëert meer kansen op werk al die 700.000 mensen die nu nog aan de kant staan. En al dat talent aan de slag: dat is de maatschappelijke winst waar we naar op zoek zijn.


Job Cohen

Voorzitter Cedris, branchevereniging van sociale werkbedrijven.

Mark Hillen

Oprichter en directeur van Social Enterprise NL.

Ronald Goedmakers

Voorzitter raad van bestuur Vebego.

Vebego is facilitair bedrijf dat werkt met 4.500 mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

Yuri Starrenburg

Voorzitter PSO-Nederland, prestatieladder socialer ondernemen.

Deel dit bericht:  
24 juni 2015

Direct naar: